Home Nieuws en guides Blockchain en cryptocurrency, de geschiedenis
Blockchain, de uitvinding van de 21e eeuw! (Deel 1)

Blockchain en cryptocurrency, de geschiedenis

Elk jaar worden nieuwe technologieën geïntroduceerd. Het gezegde “necessity is the mother of inventions” wordt regelmatig gebruikt om aan te tonen dat in tijden van nood creativiteit en innovatie ontstaan. De eerste en tweede wereldoorlog zijn geweldige voorbeelden. Gasmaskers, maandverband, drones, luchtverkeersleiding, bloedtransfusie, maar ook plastische chirurgie zijn allemaal ontstaan in of rondom de oorlogen. Waarom? Omdat het nodig was.

Necessity is the mother of inventions.

Datzelfde geldt met andere populaire uitvindingen. De uitvindingen uit de tijd van de eerste en tweede wereldoorlog hebben vaak raakvlakken met medische zorg, luchtvaart en communicatie. Vandaag de dag zetten we voertuigen op Mars om delen van het universum te ontdekken, vanuit een vliegtuig kan je internetten en ieder individu kan een drone bezitten.

Nu hebben we in de 21e eeuw nog geen oorlogen gekend die de wereld zo hebben hervormd als de eerste of de tweede wereldoorlog. Maar oorlogen blijven invloed hebben op innovatie en adoptie van nieuwe technologieën. Blockchain is hier een voorbeeld van. Misschien blijkt blockchain wel de grootste naoorlogse uitvinding. Wij leggen je uit wat het is. En wat jij eraan hebt. Zodat je zelf de keuze kan maken om met Bitcoin of andere cryptocurrencies aan de slag te gaan. Of – om te leren hoe blockchain technologie onze toekomst vorm geeft. Eén ding is zeker. De invloed van blockchain op het leven in de 21e eeuw wordt gigantisch. 

Zonder geschiedenis geen toekomst, wordt wel eens gezegd. Daarom staan we eerst stil bij het concept geld – dit is essentieel om het belang van blockchain te begrijpen.

blockchain de geschiedenis

Wat is geld?

Het lijkt een eenvoudige vraag, maar wat is geld eigenlijk? Wanneer wij over geld praten hebben we het meestal over euro’s, dollars, ponden of yens. Maar geld is een stuk ouder dan de hedendaagse valuta die wij kennen. En ja, ook geld is ontstaan uit noodzaak. 

We gaan terug naar 9000 jaar voor Christus. Mensen leefden in kleine groepen en het concept van steden moest zijn intrede nog doen. Geld bestond nog niet, dus al mensen iets wilden hebben dan werd er een ruil voorgesteld. Een jager-verzamelaar die dierenvellen wil ruilen tegen bessen zoekt iemand die bessen heeft. Als deze dierenvellen wil hebben om kleding van te maken kan er geruild worden. Het probleem ontstaat echter als iemand geen interesse heeft in een specifiek product. Is toevallig net iemand anders langs geweest met dierenvellen? Dan is waarde van het dierenvel een stuk minder hoog voor de bessen-handelaar.

Om dit probleem tegen te gaan werden alternatieve manieren bedacht om een “overdracht van goederen” te realiseren. Dit gebeurde in de vorm van schuldbekentenissen. Wanneer persoon A bij persoon B dierenhuiden koopt, dan hoeft daar niet direct een product tegenover te staan. Hierdoor kan persoon B op een later tijdstip zijn “geld” krijgen van persoon A. Betaling en levering hoefde dus niet meer op exact hetzelfde moment te gebeuren. Maar zonder vertrouwen van persoon B in persoon A komt er geen deal tot stand. Twijfel je of iemand zijn betalingsverplichting wel na komt? Dan ben jij misschien wel jouw goederen kwijt, maar heb je daar niks voor gekregen. Je kan vertrouwen – en iemands geloofwaardigheid- , dus niet los van geld zien. Een goede reputatie zorgt dat iemand sneller een schuldbekentenis aanvaarde. Het is dan ook geen toeval dat in de populaire serie “Game of Thrones” regelmatig wordt geschermd met de uitspraak “A Lanister always pays his debts”. 

Vertrouwen in de waarde van geld

We denken er niet meer over na, maar de schuldbekentenis zoals die destijds is ontstaan werkt vandaag de dag nog ongeveer op dezelfde manier. Waar de waarde 5000 jaar geleden werd vastgesteld op 100 schelpen of 20 stenen, praten we nu over een waarde in euro’s of dollars. 

Iedereen snapt dat de waarde van 10 schelpen niet even groot is als de waarde van een koe. En dat 20 briefjes papieren niet dezelfde waarde hebben als een fiets. Maar, omdat we hebben afgesproken dat de schelpen – 5000 jaar geleden – of de briefjes papier meer waarde hebben dan ze daadwerkelijk waar zijn, wordt er waarde aan gehecht. Zonder het vertrouwen in de waarde van een bepaalde valuta zou de wereldwijde economie niet werken. 

Waarom hebben we geld nodig?

Het klinkt misschien als een no-brainer, maar geld is noodzakelijk om onze economieën wereldwijd draaiende te houden. Natuurlijk gebruiken we geld voor transacties zoals het kopen van nieuwe producten of diensten, maar naast het directe gebruik heeft de introductie van geld ook gezorgd voor belangrijke andere mogelijkheden. Een vaste valuta hanteren zorgt dat prijs van goederen met elkaar vergeleken worden. Maar geld zorgt ook dat het mogelijk is om vermogen op te slaan. 

Door de mogelijkheid van het opslaan van je bezittingen verandert de economische dynamiek. Voorheen zat vermogen in de kudde schapen die je bezat, maar met de komst van geld kon je de waarde hiervan opslaan en dus ook meenemen. 

Maar, geld meenemen naar een andere plaats resulteerde ook in problemen. Geld heeft namelijk zowel een intrinsieke als extrinsieke waarde. De intrinsieke waarde van een schelp is laag. Dat heeft te maken met de functie en met het aanbod. Toch werd de waarde van schelpen tijdens de introductie van geld niet op die manier gezien. Een schelp vertegenwoordigde daadwerkelijk waarde en kon gebruikt worden om spullen te kopen. De waarde van een schelp was dus aanzienlijk hoger dan je zou vermoeden op basis van zijn functie of schaarste. Deze waarde noemen we de extrinsieke waarde.  

De introductie van fiat-geld

Het geld dat tegenwoordig gebruikt wordt heeft geen intrinsieke waarde meer. Maar deze verandering is niet van de een op de andere dag ontstaan. Fiat-geld dook voor het eerst op ongeveer 1300 voor Christus in de vorm van zeeschelpen. Een paar eeuwen later werden de eerste metalen munten gebruikt in China. 

Het is logisch dat niet overal een zeeschelp, of een metalen munt overal dezelfde waarde heeft. Maar op plekken waar met dezelfde valuta of munt werd betaald waren er afspraken over de waarde hiervan. Ondanks dat het gebruik tegenwoordig is geëvolueerd, zijn de onderliggen principes nog steeds van kracht. Neemt aanbod enorm toe, of het vertrouwen in een bepaalde valuta af? Dan daalt de waarde van geld. Overheden maken van dit concept gebruik om om economieën te reguleren. Gecentraliseerd. Met andere woorden. Overheden hebben de macht om economieën te beïnvloeden. Juist dit concept van gecentraliseerde regulering is essentieel om te snappen hoe groot de impact van cryptocurrencies én blockchain is.

Het wereldwijde monetaire beleid

Hoe en waarom de economie beïnvloed wordt is wat we het monetair beleid noemen. De reden dat invloed op de economie wordt uitgeoefend is om prijsstabiliteit te creëren. Prijsstabiliteit zorgt voor vertrouwen in de waarde van geld. En dit is essentieel om consumptie van goederen en diensten in stand te houden. Of liever nog, te laten groeien.

Om consumptie in stand te houden hebben centrale banken doelstellingen. De doelstelling voor de Europese Centrale Bank (ECB) is om de jaarlijkse inflatie net onder de 2% te houden. Inflatie is de waardevermindering van geld. En een inflatie van 2% betekent dat de 100 euro die je dit jaar te besteden hebt, volgend jaar nog maar een waarde heeft van 98 euro. Hierdoor is het interessant om aankopen nu te doen én niet pas volgend jaar. Dan krijg je immers minder voor dezelfde euro. 

De tegenhanger van inflatie is deflatie. In dat geval wordt geld meer waard. Hierdoor wordt het minder aantrekkelijk om aankopen te doen. Dit heeft negatieve invloed op de economie. Volgend jaar kan je meer krijgen voor dezelfde euro. Als teveel consumenten en bedrijven hiervoor kiezen neemt de economische groei af, of er ontstaat een periode van krimp. De vermindering van economische groei is recessie. Houdt dit aan, dan spreken we van depressie.

Natuurlijk is grens van net onder de 2% niet toevallig gekozen. Een hogere inflatie betekent dat consumenten vertrouwen verliezen in de waarde van geld en dus op zoek gaan naar andere manieren om hun vermogen te beschermen. Mensen nemen dan een toevlucht in goud, zilver, Bitcoins óf andere investeringen zoals kunst.

De gouden standaard

Maak je geen zorgen. Als je de link met cryptocurrency en blockchain nu nog niet ziet is dat niet gek. We willen zorgen dat als je begint met Bitcoin of cryptocurrencies je snapt waar je mee begint. Of als je natuurlijk gewoon beter wil begrijpen waarom blockchain zo’n geweldige uitvinding is. Daarvoor moeten we alleen nog iets dieper ingaan op de historie van geld. 

Bijna iedereen in de westerse wereld heeft vertrouwen in geld. Je salaris wordt niet meer contant aan je betaald, maar overgemaakt op je bankrekening. Het grootste gedeelte van het geld dat je verdient of uitgeeft heb je nooit fysiek in je handen gehad. En eigenlijk is dat best vreemd. Hoe weet je dat het geld dat jij op je bankrekening hebt er ook echt is? Zonder gelijk in paniek te raken: dat is er ook niet. Nagenoeg al onze betalingen zijn inmiddels digitaal, zonder dat er fysiek iets tegenover staat, bijvoorbeeld goudstaven, zilver of de zeeschelpen van weleer.. Vroeger was dit anders.

Decennia lang bestond er iets dat de gouden standaard heet. De waarde van het geld dat in omloop was in een economie, werd door overheden opgeslagen in de vorm van goud. Doordat goud schaars is én wereldwijd als waardevol werd gezien was het vertrouwen in geld niet alleen gebaseerd op vertrouwen. Dit zorgde ervoor dat geld relatief waardevast was. Immers, de goudprijs was afhankelijk van de wereldwijde economie en daardoor redelijk constant. Het bankbiljet in je portemonnee had dus daadwerkelijk een intrinsieke waarde. Iedereen mocht het immers wisselen tegenover een vast gewicht in goud. 

Afstappen van de gouden standaard

Maar de gouden standaard zorgde in de praktijk ook voor problemen. Er was weliswaar altijd goud op voorraad, maar dit was afhankelijk van de hoeveel geld in de economie. Met name rondom oorlogstijd was dit een probleem.

Werden er grote hoeveelheid goederen internationaal verhandeld, dan moest de goudvoorraad ook weer op orde worden gebracht. Zeker na oorlogen gebeurde dit veel. Geld werd dan geleend om oorlogen te financieren of na de oorlog een land weer op te bouwen. 

Op het eerste gezicht lijkt dit misschien geen probleem, maar stel je de volgende situatie eens voor. In Nederland is één miljoen euro in omloop. Doordat er veel producten geïmporteerd worden stroomt er geld weg uit de economie en komen hier goederen voor in de plaats. Als na een jaar 200.000 euro uit de economie is gestroomd vanwege import is er nog maar 800.000 euro beschikbaar. Die 800.000 euro is nu al het geld dat in de economie aanwezig is. Er is dus minder geld beschikbaar om alle producten te kopen die nodig zijn. Hierdoor dalen prijzen in een economie. Met minder geld moet immers evenveel worden gekocht. Gebeurt dit niet? Dan krimpt een economie. Deze situatie zorgt dus voor deflatie. 

Ook het omgekeerde kan gebeuren. Zodra meer geld een economie instroomt. Als meer geld beschikbaar is, stijgen de prijzen van producten. Het aanbod groeit immers niet gelijk mee. Dit is inflatie. De guldens, of euro’s of dollars die beschikbaar zijn worden minder waard. 

We hebben al even stilgestaan bij de centrale banken. Hun belangrijkste doel  is prijsstabiliteit. Prijsstabiliteit zorgt voor vertrouwen in geld. En vertrouwen in geld is essentieel voor economische groei. Om te zorgen voor deze prijsstabiliteit moest de gouden standaard afgeschaft worden. 

Prijsstabiliteit en het loslaten van de gouden standaard

De gouden standaard afschaffen creëerde nieuwe mogelijkheden voor centrale banken. Niet langer was de hoeveelheid goud bepalend voor de hoeveel geld in een economie. Maar centrale banken konden door middel van twee tools prijsstabiliteit creëren. 

Door de hoogte van de rente te bepalen en de hoeveel geld in de economie te beïnvloeden – door obligaties op te kopen – kan de centrale bank de inflatie sturen.

Centrale banken kopen obligaties op. Obligaties zijn een soort variant op een aandeel, maar in plaats van een gedeelte van een bedrijf (of overheid) ben je eigenaar van een schuldbewijs. Onder andere de overheid geeft obligaties uit. Door een obligatie van 1 miljard euro heeft de overheid geld om dit in de economie te investeren. Die 1 miljard wordt aan de overheid geleend door banken tegen een bepaalde rente. Laten we zeggen 3%. Over die 1 miljard wordt jaarlijks dan 30 miljoen euro rente betaald. Het verschil tussen de rente die banken betaald krijgen en wat de bank betaald voor het geld dat zij hiervoor nodig hebben is wat de bank verdient. 

Als centrale banken deze obligaties opkopen, dan krijgt een bank hier geld voor. Dit geld stroomt opnieuw de economie in. In de vorm van obligaties of leningen aan bedrijven of particulieren. Hierdoor kan de centrale bank dus de hoeveel geld in de economie beïnvloeden en dus invloed op de inflatie uitoefenen. Immers, meer geld in de economie is een stijgende inflatie. 

De tweede as waarover de centrale bank invloed uit kan oefenen is het rentepercentage. Regelmatig hoor je hier updates over op het nieuws, of lees je dat er keuzes zijn gemaakt over het verhogen of – de laatste jaren voornamelijk – verlagen van de rente. Dit is niet de rente die particulieren krijgen voor het geld dat op hun spaarrekening staat, maar de rente die banken betalen als ze geld lenen van de centrale bank. 

Maar, hoe heeft dan invloed op inflatie? Het zit als volgt. Een hogere rente betekent dat het minder interessant is om geld te lenen. Lenen wordt duurder. Als lenen voor banken duurder wordt, betekent het dat bedrijven en particulieren ook meer rente betalen over hun leningen. Hierdoor wordt het minder aantrekkelijk om geld te lenen. Investeringen zullen dus vaker uitgesteld worden. En als investeringen uitgesteld worden dan groeit het geld dat de economie in stroomt dus minder snel. Met andere woorden. Hogere rente zorgt voor lagere inflatie. Lagere rente daarentegen zorgt voor hogere inflatie, want geld lenen wordt interessanter en het doen van investeringen aantrekkelijker.

De economie of eigenlijk het financiële stelsel wordt centraal gereguleerd. In de EU gebeurt dit door de Europese Centrale Bank (ECB). In Amerika heb je de Federal Reserve (Fed) en in de UK de Bank of England. Dergelijke economieën hebben momenteel een goed draaiend systeem. Inflatie is redelijk beperkt. De meerderheid profiteert van deze regulering in de westerse economieën. Maar dat is niet overal ter wereld zo. En of dit in de toekomst in de Europese of andere economieën ook voordelig werkt is ook niet zeker.

Gevolgen van hoge inflatie

Een beetje inflatie is goed voor de economie. Geld blijft rollen. Bedrijven verdienen meer geld, investeren meer en lonen stijgen – hopelijk – mee. Maar inflatie heeft in Nederland ook keerzijde en die keerzijde is vooral duidelijk als gekeken wordt naar andere soorten inkomen die niet direct door werkgevers worden uitbetaald. Pensioen bijvoorbeeld.

Zo is bij veel pensioenfondsen geen rekening gehouden met inflatie. Gebeurt dit wel, dan spreken we over indexatie. Daarmee wordt de invloed van inflatie op het inkomen gecompenseerd. Stel dit gebeurt niet dan zou bij 2% inflatie per jaar een pensioen van 1000 euro verhoogd moeten worden tot 1219 euro per maand. Inderdaad, een stijging van 21,9%!

21,9% klinkt als een hele berg geld. En is dat ook. Maar in veel landen wereldwijd is de inflatie hoger dan in de EU. En in sommige landen zelfs vele malen hoger. Om dit duidelijk te maken hebben we de inflatie in 194 landen bekeken. Wat blijkt , in 2020 was in ongeveer de helft (49%) van deze landen de inflatie 3% of hoger. En kijken we naar inflatie boven de 5% dan zie je dit bij 30,4%. Met 1000 euro tot je beschikking om van te leven nu heb je in die landen over 10 jaar 1.629 euro nodig. Maar liefst 62,9% meer dan dat je vandaag hebt.

Het lastige hieraan is dat het probleem alleen maar groter wordt. Doordat geld zo snel minder waard wordt gaan mensen meer geld uitgeven. Het vertrouwen in de lokale valuta loopt terug en men zoekt naar investeringen die waardevast zijn. En dit probleem ligt in meer landen op de loer dan alleen Venezuela, Argentinië of Angola. Met de steeds sneller groeiende hoeveel geld in de economie groeit dit risico aanzienlijk.

Het huidige economische stelsel wordt dus bedreigd. En de invloed van het coronavirus op de wereldwijde economie is gigantisch. Al het geld dat overheden moeten lenen om bedrijven overeind te houden, zorg te financieren en de uitkeringen van werkzoekenden mee te betalen wordt geleend. Maar Bitcoin is niet onderhevig aan inflatie. Het kan niet bijgemaakt worden en is daardoor een waardevast alternatief ten opzichte van een bankrekening. Om te begrijpen hoe dit werkt is het belangrijk om eerst stil te staan bij de werking van blockchain. Dit is de technologie waar Bitcoin op is gebouwd.